Indexatiebeleid

Gecontroleerd op: 24 maart 2022

De waarde van uw pensioen behouden

Wij streven ernaar uw pensioen jaarlijks te verhogen

Philips Pensioenfonds wil een pensioen bieden dat op de lange termijn zijn koopkracht behoudt. Zodat u er straks nog evenveel van kunt kopen als nu. Dat is onze ambitie. Om die ambitie te realiseren, is het van groot belang dat uw pensioen kan worden aangepast aan prijsstijgingen (voor pensioenontvangers en premievrije polishouders) en loonstijgingen (voor pensioenopbouwers). Dit noemen we ‘indexatie’.

Bijlage Grootte

Overzicht indexaties

24 maart 2022

In hoeverre is uw pensioen de afgelopen jaren verhoogd door indexatie?

103.54 kB

Uw pensioen gaat per 1 april 2022 omhoog

Eind 2021 was de beleidsdekkingsgraad van Philips Pensioenfonds 125,8%. Met deze dekkingsgraad kunnen wij uw pensioen per 1 april 2022 volledig verhogen door indexatie en bovendien een stukje inhalen van de indexatie die u in de afgelopen jaren heeft gemist. Dit betekent het volgende:

  • Pensioenontvangers en premievrije polishouders
    Voor pensioenontvangers en premievrije polishouders is onze indexatie-ambitie gelijk aan de prijsinflatie volgens de afgeleide consumentenprijsindex. Het afgelopen jaar steeg deze index met 7,4%. De inhaalindexatie is 0,38%. De verhoging van de ingegane en premievrije pensioenen per 1 april 2022 is daarom in totaal 7,78%.
     
  • Huidige pensioenopbouwers
    Voor de huidige medewerkers die pensioen opbouwen in het flex pensioen is het onze indexatie-ambitie om het opgebouwde pensioen te verhogen met de looninflatie, die het afgelopen jaar 1,6% bedroeg. De inhaalindexatie is 0,38%. De verhoging van de opgebouwde pensioenen per 1 april 2022 is daarom in totaal 1,98%.

Tip! Kijk in MijnPPF voor onze brief met meer uitleg over het indexatiebesluit 2022.

Ga naar nieuwsbericht & vragen en antwoorden

Indexatiebeleid in het kort

Wilt u weten wanneer uw pensioen kan worden verhoogd? Lees dan deze informatie

Indexatieambitie

Geld wordt ieder jaar minder waard als prijzen stijgen. U kunt dan met hetzelfde bedrag minder kopen dan het voorgaande jaar. Dat heet ‘inflatie’. Philips Pensioenfonds probeert daarom uw pensioen jaarlijks te verhogen in verband met prijsstijgingen. Voor pensioenopbouwers is de ambitie om de opgebouwde pensioenen jaarlijks te verhogen met de looninflatie, uitgedrukt in de ontwikkeling van de collectieve schaalaanpassing binnen Philips (ook voor medewerkers van Signify). 

Meer over Indexatieambitie

Indexatiestaffel

In de indexatiestaffel van Philips Pensioenfonds is vastgelegd wanneer indexatie kan plaatsvinden. Dat is afhankelijk van de beleidsdekkingsgraad, die weergeeft hoe het gesteld is met de financiële gezondheid van het Fonds. En als er geïndexeerd wordt, geeft de hoogte van diezelfde dekkingsgraad aan in welke mate uw pensioen kan meestijgen met de loon- of prijsstijgingen. 

Meer over Indexatiestaffel

Indexatie pensioenopbouwers

Voor medewerkers van Philips en Signify die op dit moment pensioen opbouwen, streeft het Pensioenfonds naar jaarlijkse verhoging van de opgebouwde pensioenen. Dat is belangrijk, zodat uw pensioen zijn waarde behoudt voor het moment dat u het gaat ontvangen.

Meer over Indexatie pensioenopbouwers

Indexatie pensioenontvangers

Voor diegenen die op dit moment een pensioeninkomen van Philips Pensioenfonds ontvangen, streeft het Pensioenfonds naar jaarlijkse verhoging van de pensioenen. Dit geldt ook voor degenen met premievrij pensioen (oud-medewerkers, die nog pensioen hebben bij het Fonds dat later tot uitkering komt).

Meer over Indexatie pensioenontvangers

Veelgestelde vragen

Wilt u nog meer weten?

  • Het is de ambitie van Philips Pensioenfonds om de ingegane en premievrije pensioenen jaarlijks te verhogen met de prijsinflatie, uitgedrukt in de ontwikkeling van de afgeleide consumentenprijsindex. Deze index wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2020 kwam deze uit op 1,2%.

    Het is de ambitie van Philips Pensioenfonds om de opgebouwde pensioenen van medewerkers die nog in dienst zijn van Philips en Signify jaarlijks te verhogen met de looninflatie, uitgedrukt in de ontwikkeling van de collectieve schaalaanpassing binnen Philips (ook voor diegenen die werkzaam zijn bij Signify). Het afgelopen jaar was deze looninflatie 3,4% Dit percentage is overigens nog niet definitief.

    Als het Algemeen Bestuur besluit om de opgebouwde pensioenen te verhogen, gebeurt dat voor de meeste deelnemers jaarlijks op een vast moment (op 1 april).

  • Philips Pensioenfonds streeft ernaar om uw pensioen jaarlijks te verhogen in verband met prijsstijgingen. Wij gaan daarvoor uit van de ‘afgeleide’ consumentenprijsindex die gepubliceerd wordt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. In dit cijfer zijn prijsontwikkelingen als gevolg van wijzigingen in productgebonden belastingtarieven niet meegenomen. De meeste pensioenfondsen gaan – net als Philips Pensioenfonds – uit van de afgeleide prijsindex.

  • Vanaf 2011 tot heden is geen (volledige) indexatie toegekend. Het Algemeen Bestuur heeft een ambitie om volledige indexatie toe te kennen ter grootte van de prijsinflatie voor pensioenontvangers en ter grootte van de looninflatie voor pensioenopbouwers. Kijkend naar de afgelopen jaren, is tot en met 2021 ten opzichte van die ambitie een totale indexatie gemist van:
    - 12,6% voor pensioenontvangers en premievrije polishouders
    - 19,2% voor huidige medewerkers van Philips en Signify die pensioen opbouwen in het flex pensioen (cao en senior directors)
    - 21,1% voor huidige medewerkers van Philips en Signify die pensioen opbouwen in het flex pensioen (executives)

  • Ja, dat behoort tot de mogelijkheden. Besluitvorming hierover vindt plaats binnen het Algemeen Bestuur van Philips Pensioenfonds. Als de beleidsdekkingsgraad boven 123% ligt, kan inhaalindexatie worden gegeven. Dit mag dan alleen in kleine stapjes. Elk jaar mag het Pensioenfonds u een inhaalindexatie geven van eenvijfde deel van het aantal procentpunten dat de beleidsdekkingsgraad boven 123% ligt. Een voorbeeld: als de beleidsdekkingsgraad 128% is, dan mag in dat jaar een inhaalindexatie van maximaal 1% (= 1/5 x 5%) worden gegeven. Dus als de totale gemiste indexatie 6,5% bedraagt, dan duurt het bij een continue beleidsdekkingsgraad van 128% 6,5 jaar voordat de gehele achterstand is ingehaald. Anders gezegd: er is gedurende 6,5 jaar een beleidsdekkingsgraad van 128% nodig, om de achterstand van 6,5% volledig te kunnen inhalen. Of inhaalindexatie ook echt mogelijk is bij een beleidsdekkingsgraad boven 123%, hangt af van een wettelijk voorgeschreven grens. Deze wettelijke grens varieert in de tijd, met name omdat ook renteontwikkelingen daarop van invloed zijn.

  • Uw pensioen is in de afgelopen jaren niet volledig meegegroeid met de prijzen. U heeft daarmee een indexatie-achterstand opgelopen. Deze gemiste indexatie kan worden ‘ingehaald’ als de beleidsdekkingsgraad hoger is dan 123%. Inhaalindexatie mag alleen in kleine stapjes worden gegeven. Elk jaar mag het Pensioenfonds u een inhaalindexatie geven van 1/5 deel van het aantal procentpunten dat de beleidsdekkingsgraad boven 123% ligt. Een voorbeeld: als de beleidsdekkingsgraad in enige jaar 128% is, dan mag in dat jaar een inhaalindexatie van maximaal 1% (= 1/5 x 5%) worden gegeven. Of inhaalindexatie ook echt mogelijk is bij een beleidsdekkingsgraad boven 123%, hangt af van een wettelijk voorgeschreven grens. Deze wettelijke grens varieert in de tijd, met name omdat ook renteontwikkelingen daarop van invloed zijn.

  • Het flex pensioen van Philips Pensioenfonds is een collectieve beschikbare premieregeling met een onderliggende middelloonambitie. Vanwege de middelloonambitie is de hoogte van de pensioenuitkering niet alleen afhankelijk van het gemiddelde loon tijdens het werkzame leven, maar ook van de mate waarin tijdens de opbouwfase het opgebouwde pensioen wordt aangepast. Zo houdt het pensioen op langere termijn zijn waarde.

  • Het is de ambitie van Philips Pensioenfonds om de ingegane pensioenen jaarlijks te verhogen. De indexatie van de ingegane pensioenen is daarbij wel voorwaardelijk. Dat is het ook altijd geweest. Die voorwaardelijkheid betekent dat het Pensioenfonds niet verplicht is om uw pensioen te verhogen. Of en in welke mate deze verhoging plaatsvindt, is afhankelijk van besluitvorming door het Algemeen Bestuur. Daarbij beoordeelt het bestuur onder meer of en in hoeverre een verhoging verantwoord is, gelet op de financiële gezondheid van het Fonds en de mogelijke toekomstige ontwikkelingen daarin. Philips Pensioenfonds neemt ook in alle persoonlijke informatie over indexatie (wettelijk verplichte) teksten op om duidelijk te maken dat de indexatie van uw pensioen geen vanzelfsprekendheid is.

  • De financiële positie van Philips Pensioenfonds wordt onder andere beoordeeld aan de hand van de dekkingsgraad. Een dekkingsgraad van 100% betekent dat een pensioenfonds precies genoeg vermogen heeft om zijn huidige pensioenverplichtingen na te komen. Op onze website vindt u drie dekkingsgraden terug. Om te bepalen of uw pensioen verhoogd kan worden door indexatie is de ‘beleidsdekkingsgraad’ van belang.

    - Actuele dekkingsgraad
    De actuele dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen het vermogen van een pensioenfonds en de pensioenverplichtingen (alle nu en in de toekomst uit te keren pensioenen) die daar tegenover staan.

    - Beleidsdekkingsgraad
    Daarnaast wordt de dekkingsgraad ook op een andere manier vastgesteld, waarbij deze minder afhankelijk is van dagkoersen: dit is de beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad wordt berekend door het gemiddelde te nemen van de actuele dekkingsgraden over de afgelopen twaalf maanden. Een pensioenfonds is wettelijk verplicht om de beleidsdekkingsgraad te gebruiken als basis voor bepaalde beleidsbeslissingen, bijvoorbeeld beslissingen over indexatie. Daarnaast is de beleidsdekkingsgraad onder meer van belang om te bepalen of een pensioenfonds voldoende buffers heeft.

    - Vereiste dekkingsgraad
    De vereiste dekkingsgraad geeft aan hoe hoog de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds wettelijk moet zijn. Is de beleidsdekkingsgraad gelijk aan de vereiste dekkingsgraad, dan beschikt het pensioenfonds over de wettelijk vereiste financiële buffer. Deze buffer dient om schommelingen in de waarde van de beleggingen en de verplichtingen op te vangen. De hoogte van de vereiste dekkingsgraad verschilt per pensioenfonds en is met name afhankelijk van het beleggingsbeleid. Hoe meer risico in het beleggingsbeleid wordt genomen, hoe hoger de vereiste dekkingsgraad.

  • Het indexatiebeleid van Philips Pensioenfonds is gebaseerd op de beleidsdekkingsgraad. Een pensioenfonds is wettelijk verplicht om de beleidsdekkingsgraad te gebruiken als basis voor bepaalde beleidsbeslissingen, bijvoorbeeld beslissingen over indexatie. Deze is minder afhankelijk van dagkoersen, omdat deze het gemiddelde weergeeft van de actuele dekkingsgraden over de afgelopen twaalf maanden. In de indexatiestaffel kunt u zien wat de gevolgen zijn voor uw pensioen als de beleidsdekkingsgraad zich op een bepaald niveau bevindt.

  • In onze indexatieambitie is vastgelegd dat we ernaar streven de pensioenen van de pensioenontvangers en premievrije polishouders te verhogen met de prijsinflatie, uitgedrukt in de afgeleide consumentenprijsindex. Voor pensioenopbouwers is de ambitie om de opgebouwde pensioenen jaarlijks te verhogen met de looninflatie, uitgedrukt in de ontwikkeling van de collectieve cao-schaalaanpassing binnen Philips (ook voor medewerkers van Signify). We voeren daarmee de regeling uit zoals deze aan de cao-tafel is afgesproken tussen de werkgever en de vakorganisaties. Ook de indexatie-ambitie is daar onderdeel van.

  • De prijs- en looninflatie zijn vrijwel nooit aan elkaar gelijk. Terugkijkend naar de afgelopen 10 jaar was de gemiddeld verleende indexatie aan de pensioenopbouwers, zonder de dit jaar toegekende indexatie mee te nemen, 0,32% per jaar hoger dan de indexatie verleend aan de pensioenontvangers en premievrije polishouders. Nemen we de in 2022 toegekende indexatie mee, dan hebben de pensioenontvangers en premievrije polishouders over een periode van 10 jaar bezien gemiddeld 0,26% per jaar meer indexatie ontvangen dan de pensioenopbouwers.

  • De ‘prijsinflatie’ wordt bij Philips Pensioenfonds, net als bij de meeste andere pensioenfondsen in Nederland, gebaseerd op de ontwikkeling van de afgeleide consumentenprijsindex zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Pensioenfondsen hanteren verschillende periodes waarover deze ontwikkeling gemeten wordt. Dit hangt samen met de datum waarop pensioenfondsen de pensioenen verhogen (als dat mogelijk is). Ook is het zo dat het definitieve indexatiecijfer over een bepaalde maand pas enige maanden later door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt gepubliceerd. Bij Philips Pensioenfonds worden de pensioenen, als indexatie mogelijk is, per 1 april verhoogd. Daarom hebben wij gekozen voor de periode januari-januari. Doordat Philips Pensioenfonds deze periode hanteert, is het indexatiepercentage dit jaar hoger dan bij veel andere pensioenfondsen die een andere periode hanteren. Dit komt doordat de (energie)prijzen vooral in de laatste maanden van 2021 fors zijn gestegen. Bij pensioenfondsen die de indexatie baseren op een andere periode, bijvoorbeeld oktober 2020 – oktober 2021, worden die maanden met hoge stijgingen van de (energie)prijzen pas volgend jaar meegenomen bij het bepalen van het indexatiepercentage. Daardoor zal normaal gesproken de indexatie volgend jaar bij ons weer wat lager zijn dan bij die andere pensioenfondsen.

  • Het is al sinds jaar en dag de ambitie van Philips Pensioenfonds om de pensioenen van pensioenontvangers en premievrije polishouders jaarlijks te verhogen met de prijsinflatie, uitgedrukt in de afgeleide consumentenprijsindex. De werkgevers en vakorganisaties hebben als uitkomst van cao-overleg enkele jaren geleden de wens bij het Fonds neergelegd om voor pensioenopbouwers de looninflatie te hanteren als basis voor de indexatie. Het Algemeen Bestuur heeft deze wens overgenomen. Daarbij is, zowel door sociale partners als het Algemeen Bestuur, bewust geaccepteerd dat er jaren of periodes kunnen zijn dat de prijsinflatie hoger is dan de looninflatie. Het afgelopen jaar was het verschil tussen loon- en prijsinflatie met 5,8 procentpunten echter historisch hoog. Een dergelijk verschil hebben we in de afgelopen 20 jaar niet gezien. Het grootste verschil in die periode was 2,3 procentpunten. Ook toen was de prijsinflatie hoger dan de looninflatie.
     

    Het Bestuur heeft intensief gesproken over de vraag of het grote verschil in loon- en prijsinflatie afgelopen jaar aanleiding zou moeten zijn om af te wijken van het bestaande beleid. Daarbij ging het meer concreet om de vraag of de indexatie voor pensioenontvangers en premievrije polishouders naar beneden bijgesteld zou moeten worden. Het verhogen van de indexatie van pensioenopbouwers is namelijk wettelijk gezien niet mogelijk. In dat geval zou het Fonds meer uitkeren dan de indexatieambitie en dat is niet toegestaan.

    Redenen van het Bestuur om het beleid toe te passen

    Het Algemeen Bestuur heeft uiteindelijk besloten om dit jaar niet af te wijken van het indexatiebeleid en dus de prijs- en looninflatie volgens het beleid toe te passen. De redenen hiervoor waren:

    • Kijkend naar de langere termijn is het verschil in toegekende indexatie tussen beide deelnemersgroepen niet zo groot. Zonder de dit jaar toegekende indexatie mee te nemen, was de gemiddeld aan de pensioenopbouwers toegekende indexatie in de afgelopen 10 jaar 0,32% per jaar hoger dan de indexatie verleend aan de pensioenontvangers en premievrije polishouders. Nemen we de in 2022 toegekende indexatie mee, dan hebben de pensioenontvangers en premievrije polishouders over een periode van 10 jaar bezien gemiddeld 0,26% per jaar meer indexatie ontvangen dan de pensioenopbouwers.
    • Het Pensioenfonds wilde voorkomen dat de indexatieachterstand bij de pensioenontvangers verder oploopt. De pensioenontvangers zijn immers voor hun levensonderhoud afhankelijk van hun pensioen.
    • Vorig jaar heeft het Bestuur besloten om in de aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel zoveel mogelijk gebruik te maken van nieuwe wettelijke regels voor indexatie, om de kans op volledige indexatie in de komende jaren te vergroten. Het zou tegen die achtergrond bezien niet logisch zijn om dit jaar geen volledige indexatie toe te kennen, nu dit gelet op de financiële positie van het Fonds (de beleidsdekkingsgraad was eind 2021 125,8%) mogelijk is zelfs zonder van die nieuwe regels gebruik te hoeven maken.
       

    Het Bestuur heeft ook besloten dat bij keuzes die in aanloop naar het nieuwe pensioenstelsel gemaakt moeten worden, het verschil in indexatie tussen pensioenontvangers en premievrije polishouders enerzijds en pensioenopbouwers anderzijds, wordt meegenomen.

  • Het Algemeen Bestuur heeft in verband met het grote verschil tussen prijs- en looninflatie in het afgelopen jaar besloten om het indexatiebeleid te evalueren. Daarbij komt onder andere de vraag aan de orde wat te doen als er ook dit jaar weer een groot verschil tussen de prijs- en looninflatie blijkt te zijn. Als in 2023 dan wederom het beleid zou worden toegepast, zou dat er namelijk toe kunnen leiden dat het verschil in toegekende indexatie tussen de deelnemersgroepen over een langere termijn bezien wel aanzienlijk wordt. De vraag is of dat wenselijk is, mede tegen de achtergrond van het feit dat we over enkele jaren overgaan naar het nieuwe pensioenstelsel.

  • Hoeveel gemiste indexatie wij mogen geven, is vastgelegd in wettelijke regels. Pas als de beleidsdekkingsgraad boven een bepaalde wettelijk voorgeschreven grens uitkomt, mag gemiste indexatie worden ‘ingehaald’. Deze wettelijke grens varieert in de tijd, met name omdat ook renteontwikkelingen daarop van invloed zijn. Op 31 december 2021 was de grens voor Philips Pensioenfonds 123,9%. Inhaalindexatie mag bovendien alleen in kleine stapjes worden gegeven. Elk jaar mag het Pensioenfonds een bedrag aan inhaalindexatie uitgeven van 1/5 deel van het aantal procentpunten dat de beleidsdekkingsgraad boven die wettelijke grens ligt. De beleidsdekkingsgraad lag eind 2021 op 125,8%. Dat betekent dat wij in 2022, als we iedereen conform het beleid dezelfde inhaalindexatie toekennen, maximaal 0,38% (125,8% min 123,9% = 1,9% x 1/5) kunnen geven. Alle deelnemers die meer indexatie hebben gemist dan 0,38% (dat is de overgrote meerderheid), hebben recht op de volledige 0,38% van het opgebouwde pensioen aan inhaalindexatie. Als een deelnemer wel indexatie heeft gemist, maar minder dan 0,38% van het opgebouwde pensioen, dan ontvangt hij of zij het volledige gemiste bedrag aan inhaalindexatie. Is er helemaal geen indexatie gemist, dan bestaat er geen recht op inhaalindexatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor deelnemers die recent in dienst zijn getreden bij één van de aangesloten ondernemingen.

  • De werkelijke indexatieachterstand van een deelnemer is mede afhankelijk van de datum van in- en eventueel uitdiensttreding en pensionering. Er zijn daarom veel verschillen tussen deelnemers op het punt van de indexatieachterstand. Dat maakt het uitvoeringstechnisch complex om daarmee rekening te houden. Verder is het in pensioenland niet gebruikelijk om te differentiëren op dit punt en is het de vraag of het juridisch mogelijk is. In verband met deze punten heeft het Fonds gekozen voor een beleid waarin, als inhaalindexatie mogelijk is, aan iedereen een gelijk percentage van zijn of haar pensioen als inhaalindexatie wordt toegekend, met als maximum de werkelijke indexatieachterstand.

    • Bent u na 1 februari 2021, maar vóór 1 april 2021 deelnemer geworden?
      Dan heeft u wel een verhoging van uw pensioen op 1 april 2021 gemist, maar de gemiste indexatie is lager dan 0,38% van uw opgebouwde pensioen. U ontvangt dan als extra inhaalindexatie de werkelijk gemiste verhoging. Hoeveel u precies heeft gemist, is individueel bepaald en vooral afhankelijk van uw salarisaanpassing per 1 april 2021.
       
    • Bent u op of na 1 april 2021 in dienst getreden?
      Dan heeft u geen verhoging gemist en krijgt u ook geen inhaalindexatie. Wij verhogen de pensioenen namelijk 1 keer per jaar, per 1 april.
  • De indexatie per 1 april 2022 heeft tot gevolg dat de actuele dekkingsgraad daalt met 7,7%-punt. Als we uitgaan van de actuele dekkingsgraad van eind februari 2022, dan betekent dat dat deze terugvalt van 131,3% naar 123,6%. Daarmee blijft de financiële positie van Philips Pensioenfonds ook na indexatie gezond. De verlaging heeft vrijwel geen direct effect op de beleidsdekkingsgraad, die het gemiddelde weergeeft van de actuele dekkingsgraden over de afgelopen 12 maanden. De beleidsdekkingsgraad zal de komende maanden door de indexatie naar verwachting wel gaan dalen. Medio april is op de website de dekkingsgraad van eind maart 2022 zichtbaar, waarin rekening is gehouden met de verhoging per 1 april.

  • Als u het verevende ouderdomspensioen van uw ex-partner reeds ontvangt of als uw ex-partner niet meer bij Philips of Signify werkt, dan geldt de brief zowel voor het pensioen dat u ontvangt als voor het bijzonder nabestaandenpensioen. Heeft u een polis met bijzonder nabestaandenpensioen en is het verevend ouderdomspensioen nog niet tot uitkering gekomen, omdat uw ex-partner nog bij Philips of Signify werkt? Dan heeft de brief alleen betrekking op het bijzonder nabestaandenpensioen. Het opgebouwde (verevend) ouderdomspensioen wordt verhoogd volgens het indexatiebeleid voor pensioenopbouwers. Dat betekent een verhoging per 1 april 2022 van 1,6% en maximaal 0,38% inhaalindexatie (als u werkelijk indexatie heeft gemist). In onderstaand overzicht is weergegeven welke indexatie van toepassing is voor uw pensioen.

     

    Verevend ouderdomspensioen

    Bijzonder nabestaandenpensioen

    Uw ex-partner is
    werkzaam bij Philips of Signify

    1,98%

    7,78%

    Uw ex-partner is niet meer werkzaam bij Philips of Signify of is reeds met pensioen

    7,78%

    7,78%

    Uw ex-partner is overleden

    n.v.t.

    7,78%

     

  • Wij betalen het pensioen van april 2022 uit op de eerste werkdag van april. Dat betekent dat uw pensioenbetaling inclusief de verhoging van 7,78% (7,4% reguliere indexatie en 0,38% inhaalindexatie) wordt overgemaakt op vrijdag 1 april 2022. Kort daarvoor ontvangt u ook de pensioenspecificatie (per post of digitaal via www.philipspensioenfonds.nl/mijnppf). Hierop ziet u het nieuwe brutobedrag en het bedrag dat u netto gaat ontvangen.

  • Alle pensioenontvangers ontvangen eind april 2022 het jaarlijkse Pensioenoverzicht waarin de verhoging van 7,78% (7,4% reguliere indexatie en 0,38% inhaalindexatie) is verwerkt. Dit geldt voor u als u een ouderdoms-, een nabestaanden-, een wezen- of een arbeidsongeschiktheidspensioen ontvangt.

  • Per 1 april 2022 wordt uw opgebouwde pensioen verhoogd met 1,6% en maximaal 0,38% inhaalindexatie (als u werkelijk indexatie heeft gemist). Dit is te zien in de Pensioenplanner vanaf 5 april 2022. Per 1 april wordt ook jaarlijks uw zogenoemde pensioengrondslag aangepast. Dat is het deel van uw salaris waarover u pensioen opbouwt. Deze aanpassing is vanaf begin mei te zien in de Pensioenplanner. Dus salarisverhogingen tussen 2 april 2021 en 1 april 2022 zijn dan verwerkt in uw pensioengrondslag. Dit heeft invloed op het verwachte pensioen dat u terugziet in de Pensioenplanner.
     

  • Als u nog niet met pensioen bent, ontvangt u jaarlijks het Uniform Pensioenoverzicht dat is gebaseerd op uw pensioensituatie van 1 januari. De verhoging van uw pensioen wordt doorgevoerd per 1 april 2022. Deze verhoging ziet u daarom pas terug op het Uniform Pensioenoverzicht 2023. Dit overzicht ontvangt u medio 2023. De Pensioenplanner in MijnPPF is actueler en geeft vanaf 5 april 2021 uw nieuwe pensioensituatie weer.

Gerelateerde informatie

Is onderstaande informatie voor u misschien ook interessant?

Nieuwsoverzicht

Lees het laatste nieuws, onder andere over de verhoging van uw pensioen door indexatie, op onze nieuwspagina.

Naar nieuws
Financiele positie

Financiële positie

Of verhoging van uw pensioen mogelijk is, is afhankelijk van de financiële gezondheid van Philips Pensioenfonds. Hoe staat het Fonds er op dit moment voor?

Naar Financiële positie