Nieuws

Volledige verhoging van de pensioenen per 1 april 2026

25 maart 2026

Per 1 april 2026 verhoogt Philips Pensioenfonds de pensioenen volledig in lijn met de ambitie. De pensioenen van pensioenontvangers en premievrije polishouders gaan per 1 april 2026 omhoog met 2,1%. Hiermee wordt de volledige prijsinflatie over het afgelopen jaar gecompenseerd. De prijsinflatie is gelijk aan de ontwikkeling van de afgeleide consumentenprijsindex zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek over de periode januari 2025 – januari 2026. De opgebouwde pensioenen van de huidige pensioenopbouwers gaan omhoog met 3,0%; dat is gelijk aan de looninflatie. De looninflatie is gebaseerd op de cao-schaalaanpassing(en) bij Philips, ook voor diegenen die werkzaam zijn bij Signify en Versuni. We kunnen deze verhoging toekennen, omdat we gebruikmaken van ruimere, wettelijke indexatieregels. 

Hiermee zetten we een belangrijke stap in het realiseren van onze doelstellingen voor de overgang naar de nieuwe regeling. Dit indexatiebesluit kunnen we nemen met een verantwoorde impact op onze financiële buffer.

Overbruggingsplan

In het overbruggingsplan leest u waarom de toepassing van ruimere indexatieregels 'evenwichtig' is en ziet u wat het effect van de ruimere regels is voor verschillende deelnemersgroepen. 

Ga naar Overbruggingsplan
Veelgestelde vragen Overbruggingsplan

Elke deelnemer is persoonlijk geïnformeerd over de pensioenverhoging per 1 april 2026. In dit nieuwsbericht gaan wij kort in op het indexatiebesluit. Ook vindt u onderaan deze pagina vragen en antwoorden over indexatie in het algemeen (zoals ‘Waarom is inhaalindexatie niet mogelijk?’) en over het overbruggingsplan. In het overbruggingsplan is doorgerekend wat het gebruik van de ruimere indexatieregels betekent voor de verschillende deelnemersgroepen.

Indexatietoekenning

Hoeveel pensioenverhoging het Bestuur in enig jaar kan geven, is afhankelijk van meerdere factoren. Zie hier o.a. een overzicht van de nieuwsberichten met de besluiten in de afgelopen jaren.

Overzicht van eerdere nieuwsberichten

Wat willen we bereiken op het moment van overgang naar de nieuwe pensioenregeling (het NexT Pensioen)?

Eind 2021 heeft Philips Pensioenfonds vastgesteld wat nodig is om alle deelnemers – pensioenopbouwers, pensioenontvangers en premievrije polishouders – zo goed mogelijk te laten starten in het nieuwe pensioenstelsel. 

  • We streven ernaar dat elke deelnemer bij de overgang een pensioen heeft dat zo dicht mogelijk ligt bij onze ambitie. Met die ambitie bedoelen wij volledige pensioenopbouw en volledige indexatie. Waar er bij de overgang verschillen tussen deelnemers zijn, moeten deze verschillen eerlijk en uitlegbaar zijn. Vanwege de genoemde ambitie hebben wij besloten gebruik te maken van de ruimere, wettelijke indexatieregels (zie ook: Hoeveel pensioenverhoging is wettelijk mogelijk?’).
  • We willen met een zo hoog mogelijke dekkingsgraad overstappen, omdat de financiële buffer direct of indirect ten goede komt aan de deelnemers. Daarvoor bekijken we tot de overgang jaarlijks welke pensioenverhoging (indexatie) verantwoord is, om de financiële buffer te beschermen. Dat betekent dat de hoogte van de indexatie niet alleen afhankelijk is van de wettelijke mogelijkheden en de financiële situatie op het moment van indexeren, maar ook van de verwachte en gewenste financiële situatie op het moment van overgang naar de nieuwe pensioenregeling (gepland op 1 januari 2027).

Hoeveel pensioenverhoging is wettelijk mogelijk?

Als een pensioenfonds geen gebruikmaakt van de ruimere indexatieregels uit het transitie-FTK, dan mag bij een beleidsdekkingsgraad onder de 110% helemaal niet geïndexeerd worden en kan volledige indexatie pas als zeker is dat in de toekomst ook volledig geïndexeerd kan worden. Dit is bij Philips Pensioenfonds op dit moment (deze grens varieert in de tijd) bij een beleidsdekkingsgraad van 138,7% het geval (lees hier meer). Bij de huidige beleidsdekkingsgraad van ongeveer 125% betekent dit dat, als geen gebruik zou worden gemaakt van de ruimere indexatieregels van het transitie-FTK, enkel gedeeltelijke indexatie mogelijk is ter hoogte van 52% van de ambitie. Als we kijken naar de gehele periode waarin we gebruikmaken van de ruimere indexatieregels (sinds 2024), dan hadden we in die periode niet 100%, maar slechts 54% van onze ambitie kunnen waarmaken.

Door gebruik te maken van de ruimere indexatieregels, hebben we sinds 2024 volledige indexatie kunnen toekennen.

Inhaalindexatie is ook onder de ruimere indexatieregels momenteel niet mogelijk

Voor inhaalindexatie blijven de bestaande indexatieregels van toepassing. Dat betekent dat inhaalindexatie alleen mogelijk is als de beleidsdekkingsgraad zich boven een wettelijke grens bevindt. Die grens was voor Philips Pensioenfonds 138,7% per eind december 2025. De beleidsdekkingsgraad lag met 125,2% ruim onder deze grens. Dat betekent dat inhaalindexatie op dit moment wettelijk niet toegestaan is.

Welke verhoging is verantwoord in 2026?

We zijn tot de conclusie gekomen dat we alle pensioenen per 1 april 2026 met de volledige indexatieambitie kunnen verhogen. Dit besluit vinden we verantwoord, omdat het Fonds er financieel sterk voorstaat en dit het laatste indexatiemoment in de huidige pensioenregeling is. Daarbij hebben we, net als in de voorgaande jaren, gekeken naar de maximaal mogelijke verhoging binnen de wettelijke regels, de verschillen tussen prijs- en looninflatie en de ontwikkeling van indexatieachterstanden tussen deelnemersgroepen. Door alle groepen volledige indexatie toe te kennen, voorkomen we dat die achterstanden verder oplopen en blijven de verschillen tussen deelnemersgroepen beperkt. De impact op de dekkingsgraad blijft bovendien relatief beperkt en past binnen onze doelstelling om richting de overgang naar het NexT Pensioen een gezonde buffer te behouden.

Wat betekent dit voor pensioenontvangers en premievrije polishouders?

De ingegane en premievrije pensioenen gaan per 1 april 2026 omhoog met 2,1%
We verhogen de pensioenen van de pensioenontvangers en premievrije polishouders met de volledige prijsinflatie over het afgelopen jaar. We kunnen deze volledige verhoging toekennen, omdat we gebruikmaken van ruimere, wettelijke indexatieregels. Dit is ook de maximale verhoging die we wettelijk gezien mochten geven.

Wat betekent dit voor de pensioenopbouwers?

De opgebouwde pensioenen gaan per 1 april 2026 omhoog met 3,0%
We verhogen het opgebouwde pensioen van de pensioenopbouwers met de volledige looninflatie over het afgelopen jaar (zijnde de cao-schaalaanpassing(en) bij Philips, ook voor diegenen die werkzaam zijn bij Signify en Versuni). We kunnen deze volledige verhoging toekennen omdat we gebruikmaken van de ruimere, wettelijke indexatieregels. Dit is ook de maximale verhoging die we wettelijk gezien mogen geven. 

Pensioenopbouw in 2026 is 1,85% 
Hiermee ligt het opbouwpercentage in 2026 op het ambitieniveau.

Vragen Overbruggingsplan

In het overbruggingsplan leest u waarom de toepassing van ruimere indexatieregels 'evenwichtig' is en ziet u wat het effect van de ruimere regels is voor verschillende deelnemersgroepen.

Pensioenfondsen kunnen gebruikmaken van ruimere indexatieregels van het zogenoemde transitie-FTK sinds de inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen per 1 juli 2023. Daarvoor moet een pensioenfonds onderbouwen waarom het toepassen van het transitie-FTK in het belang is van de deelnemers en wat dit betekent. Dit doet het pensioenfonds onder andere door te berekenen wat het gebruik van deze ruimere indexatieregels betekent voor de deelnemers en welke gevolgen dit heeft voor de financiële positie van het pensioenfonds. Ook moet het pensioenfonds onderbouwen waarom dit allemaal ‘evenwichtig’ is. Dit wordt vastgelegd in het ‘overbruggingsplan’. Het overbruggingsplan wordt beoordeeld door De Nederlandsche Bank.

Philips Pensioenfonds heeft begin 2024 voor het eerst een overbruggingsplan ingediend bij De Nederlandsche Bank (DNB). Dat overbruggingsplan is in februari 2024 goedgekeurd. Met de goedkeuring van het overbruggingsplan had Philips Pensioenfonds de mogelijkheid om in 2024 en 2025 de ruimere indexatieregels toe te passen. Voor de verhoging van de pensioenen op 1 april 2024 en op 1 april 2025 is gebruikgemaakt van die ruimere indexatieregels. Jaarlijks moet een pensioenfonds het overbruggingsplan actualiseren om gebruik te mogen blijven maken van de ruimere indexatieregels. Philips Pensioenfonds heeft het geactualiseerde overbruggingsplan 2025 (hierna kortweg het overbruggingsplan 2025 genoemd) in juni 2025 ter goedkeuring ingediend bij DNB. DNB heeft dit plan inmiddels goedgekeurd, wat betekent dat we de ruimere indexatieregels ook kunnen toepassen bij het indexatiebesluit per 1 april 2026. Het is wettelijk verplicht om het overbruggingsplan ok in 2026 te actualiseren, ook al is de indexatie per 1 april 2026 de laatste in de huidige pensioenregeling. Het geactualiseerde overbruggingsplan 2026 is in maart 2026 ter goedkeuring ingediend bij DNB.

Het overbruggingsplan blijft van kracht tot het moment dat de nieuwe pensioenregeling ingaat in 2027. Philips Pensioenfonds moet het overbruggingsplan wel jaarlijks actualiseren. Als er aanleiding voor is, kan het Fonds het beleid bijstellen.  

De regels om de pensioenen te mogen verhogen, zijn ruimer zolang het Pensioenfonds jaarlijks een geactualiseerd overbruggingsplan indient (en dit door DNB wordt goedgekeurd). Pensioenfondsen mogen de pensioenen door deze verruiming verhogen vanaf een dekkingsgraad van 105% of hoger. Dat betekent dat de financiële reserve niet lager mag worden dan 5% als gevolg van indexeren. Het vermogen daarboven mag gebruikt worden voor pensioenverhogingen, zolang het Pensioenfonds kan aantonen dat het genoeg middelen overhoudt om evenwichtig over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. Belangrijk hierbij is dat het Bestuur van Philips Pensioenfonds, los van de wettelijke bepalingen, jaarlijks beoordeelt hoeveel indexatie verantwoord is. Daarbij wordt jaarlijks een afweging gemaakt tussen het geven van zoveel mogelijk indexatie en het beschermen van de buffer. Het Bestuur houdt hierbij rekening met een minimaal gewenste invaardekkingsgraad van 114%.

Bij elk besluit kijken we naar de gevolgen voor alle deelnemers(groepen). Door tussentijds de pensioenen te verhogen (indexeren), krijgen pensioenontvangers direct een hoger pensioen. Ook de pensioenen van deelnemers die nog niet met pensioen zijn, gaan omhoog, maar met name deelnemers van 64 jaar en ouder profiteren van de ruimere indexatieregels. Het verhogen van de pensioenen kost geld. Daarvoor wordt een deel van de financiële buffer van Philips Pensioenfonds gebruikt. Het bestuur wil dat elke deelnemer in 2027 een goede start kan maken in de nieuwe pensioenregeling. Daarom kijken we ook naar de effecten van ons besluit tot en met dat moment. Door nu de pensioenen te verhogen, is er minder geld te verdelen op het moment waarop we overgaan naar het nieuwe stelsel. Dat pakt per saldo iets minder gunstig uit voor (jonge) deelnemers die pensioen opbouwen. Zij krijgen immers indexatie over een kleiner opgebouwd pensioen dan oudere deelnemers. Voor hen zou nu iets minder indexatie en daardoor iets meer geld in hun persoonlijk pensioenvermogen op het moment van overgang net iets beter uitpakken. Anderzijds neemt de kans dat de pensioenen verlaagd moeten worden ook toe door toepassing van het transitie-FTK. Door meer indexatie toe te kennen dan onder de normale indexatieregels mogelijk zou zijn geweest, daalt de buffer van het Fonds immers ook meer dan bij toepassing van die normale regels het geval zou zijn geweest. Een verlaging van de pensioenen zouden de pensioenontvangers direct in hun portemonnee merken. De kans op verlagingen is bij Philips Pensioenfonds overigens ook bij toepassing van de ruimere indexatieregels van het transitie-FTK erg klein. Dit komt doordat het Fonds er op dit moment financieel goed voor staat. 
 

In het overbruggingsplan wordt uiteengezet waarom het Fonds de mogelijkheid wil hebben om de ruimere indexatieregels te gebruiken, waarom dit verantwoord is gelet op de financiële gezondheid van het Fonds en welke invloed dit heeft op deelnemers in verschillende leeftijdscategorieën. 

Het overbruggingsplan van Philips Pensioenfonds toont aan dat de financiële gezondheid op het moment van overgang naar de nieuwe pensioenregeling voldoende blijft, ondanks het gebruik van de ruimere indexatieregels. 

Een verkorte versie van het overbruggingsplan 2026 vindt u hier. In het overbruggingsplan 2026 is uiteengezet waarom het Fonds de mogelijkheid wil hebben om de ruimere indexatieregels te gebruiken, waarom dit verantwoord is gelet op de financiële gezondheid van het Fonds en welke invloed dit heeft op deelnemers in verschillende leeftijdscategorieën.

Door gebruik te maken van de tijdelijke regels van de overheid (transitie-FTK) mag Philips Pensioenfonds tot de ingang van de nieuwe pensioenregeling ruimer indexeren. Dat is met name gunstig voor oudere pensioenopbouwers en voor pensioenontvangers. Tegelijkertijd betekent nu meer indexeren dat het Fonds minder financiële middelen overhoudt om later pensioen te kunnen verhogen. Daarnaast zijn met de ruimere regels voor verhogen de regels voor verlagen juist iets strenger geworden als het financieel tegenzit. Omdat jongeren vooral met de lange termijn te maken hebben, is meer indexeren nu - op de lange termijn bezien - voor hen ongunstiger. Overigens is de financiële positie van Philips Pensioenfonds op dit moment goed te noemen. De kans dat Philips Pensioenfonds de pensioenen moet verlagen is daarom ook bij toepassing van de ruimere indexatieregels klein.

Hoe de effecten van meer verhogen en strenger beleid voor verlagen per saldo uitpakken, is onzeker. Philips Pensioenfonds heeft de mogelijke generatie-effecten in kaart gebracht volgens de wettelijk voorgeschreven methode. Daaruit blijkt dat de verschillen tussen het hanteren van de bestaande indexatieregels en de ruimere indexatieregels, uitgedrukt in netto profijt, voor alle deelnemersbeperkt zijn (tussen 1,2% positief en 0,3% negatief). Dit komt omdat de ruimere indexatieregels alleen nog effect hebben in 2026 (tot overgang naar de nieuwe pensioenregeling), wat een beperkte periode is. Bovendien zijn de effecten beperkt vanwege de jaarlijkse afweging van het Bestuur welke indexatie (maximaal) verantwoord is, gelet op de doelstelling om de financiële buffer te beschermen (naast de doelstelling om een zo hoog mogelijke indexatie toe te kennen). Het Bestuur heeft daarom geoordeeld dat het gebruik van de ruimere indexatieregels evenwichtig is, ook omdat bij het jaarlijkse indexatiebesluit de verschillen tussen deelnemersgroepen worden meegewogen. Overigens heeft ook het Verantwoordingsorgaan een positief oordeel gegeven over deze conclusie in het overbruggingsplan.

De ruimere indexatieregels zijn gunstig voor pensioenopbouwers die ouder zijn dan 64 jaar. Zij gaan er maximaal 0,3% op vooruit. Dat komt doordat zij op korte termijn profiteren van meer indexatie. Voor jongere pensioenopbouwers is er een beperkt nadeel van maximaal 0,3%. Dat komt doordat deze groep meer baat heeft bij een hogere financiële buffer en meer indexatie in de toekomst als zij meer pensioen hebben opgebouwd. 

Voor een grafiek met de effecten per leeftijdscategorie verwijzen we naar het overbruggingsplan dat op onze website staat.

De ruimere indexatieregels zijn gunstig voor alle pensioenontvangers. Zij merken de extra indexatie direct in hun portemonnee. Zij profiteren van zoveel mogelijk indexatie op de korte termijn. Het voordeel is maximaal 1,2%. 

Voor een grafiek met de effecten per leeftijdscategorie verwijzen we naar het overbruggingsplan dat op onze website staat.

Voor premievrije polishouders geldt eveneens dat deelnemers die ouder zijn dan 64 jaar er maximaal 0,3% op vooruit gaan. Voor jongere polishouders is er, net als voor pensioenopbouwers, een beperkt nadeel van maximaal 0,3%. 

Voor een grafiek met de effecten per leeftijdscategorie verwijzen we naar het overbruggingsplan dat op onze website staat.

Vragen Indexatiebesluit

Meer weten?

Het is de ambitie van Philips Pensioenfonds om de ingegane en premievrije pensioenen jaarlijks te verhogen met de prijsinflatie, uitgedrukt in de ontwikkeling van de afgeleide consumentenprijsindex. Deze index wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Het is de ambitie van Philips Pensioenfonds om de opgebouwde pensioenen van medewerkers die nog pensioen opbouwen jaarlijks te verhogen met de looninflatie, zijnde de ontwikkeling van de collectieve schaalaanpassing binnen Philips (ook voor diegenen die werkzaam zijn bij Signify en Versuni). 
 

Volgens de bestaande wettelijke regels voor indexatie was in 2026 maximaal een gedeeltelijke verhoging van 52% van de ambitie mogelijk. Dat komt neer op een verhoging van ongeveer 1,1% voor pensioenontvangers en premievrije polishouders en ongeveer 1,6% voor pensioenopbouwers. Philips Pensioenfonds heeft echter gebruikgemaakt van de ruimere indexatieregels die beschikbaar zijn door toepassing van het transitie-FTK. Hierdoor kan er eerder en meer indexatie worden gegeven dan volgens de bestaande wettelijke indexatieregels. Op basis hiervan heeft het Bestuur kunnen besluiten om alle pensioenen volledig te verhogen.

Voor inhaalindexatie blijven de bestaande indexatieregels van toepassing. Dat betekent dat inhaalindexatie alleen mogelijk is als de beleidsdekkingsgraad zich boven een wettelijke grens bevindt. Die grens was voor Philips Pensioenfonds 138,7% per eind december 2025. De beleidsdekkingsgraad lag met 125,2% ruim onder deze grens. Dat betekent dat inhaalindexatie op dit moment wettelijk niet toegestaan is.

Over de totale periode vanaf 2011 tot heden is geen volledige indexatie toegekend. Het Algemeen Bestuur heeft een ambitie om volledige indexatie toe te kennen ter grootte van de prijsinflatie voor pensioenontvangers en ter grootte van de looninflatie voor pensioenopbouwers. Kijkend naar de afgelopen jaren, is tot en met 2026 ten opzichte van die ambitie een totale indexatie gemist van:
- 16,1% voor pensioenontvangers en premievrije polishouders
- 18,7% voor huidige medewerkers van Philips en Signify die pensioen opbouwen in het flex pensioen (cao en senior directors)
- 20,7% voor huidige medewerkers van Philips en Signify die pensioen opbouwen in het flex pensioen (executives)

Bij elk besluit kijken we naar de gevolgen voor alle deelnemers(groepen). Door tussentijds de pensioenen te verhogen (indexeren), krijgen pensioenontvangers direct een hoger pensioen. Ook de pensioenen van deelnemers die nog niet met pensioen zijn, gaan omhoog, maar met name deelnemers van 64 jaar en ouder profiteren van de ruimere indexatieregels. Het verhogen van de pensioenen kost geld. Daarvoor wordt een deel van de financiële buffer van Philips Pensioenfonds gebruikt. Het bestuur wil dat elke deelnemer in 2027 een goede start kan maken in de nieuwe pensioenregeling. Daarom kijken we ook naar de effecten van ons besluit tot en met dat moment. Door nu de pensioenen te verhogen, is er minder geld te verdelen op het moment waarop we overgaan naar het nieuwe stelsel. Dat pakt per saldo iets minder gunstig uit voor (jonge) deelnemers die pensioen opbouwen. Zij krijgen immers indexatie over een kleiner opgebouwd pensioen dan oudere deelnemers. Voor hen zou nu iets minder indexatie en daardoor iets meer geld in hun persoonlijk pensioenvermogen op het moment van overgang net iets beter uitpakken. Anderzijds neemt de kans dat de pensioenen verlaagd moeten worden ook toe door toepassing van het transitie-FTK. Door meer indexatie toe te kennen dan onder de normale indexatieregels mogelijk zou zijn geweest, daalt de buffer van het Fonds immers ook meer dan bij toepassing van die normale regels het geval zou zijn geweest. Een verlaging van de pensioenen zouden de pensioenontvangers direct in hun portemonnee merken. De kans op verlagingen is bij Philips Pensioenfonds overigens ook bij toepassing van de ruimere indexatieregels van het transitie-FTK erg klein. Dit komt doordat het Fonds er op dit moment financieel goed voor staat. 
 

Philips Pensioenfonds voert in de huidige pensioenregeling een eventuele verhoging van uw pensioen jaarlijks door op 1 april. Philips Pensioenfonds hanteert de datum van 1 april, omdat dat aansluit bij de arbeidsvoorwaardelijke afspraken die binnen de onderneming Philips lopen. Ook de lonen worden bijvoorbeeld per 1 april verhoogd. Het vaste indexatiemoment van 1 april sluit daarop aan.

De verhoging van pensioenontvangers en premievrije polishouders is gebaseerd op het afgeleide prijsindexcijfer van januari tot januari. Dit cijfer is begin maart definitief bekend. Voor pensioenopbouwers is de verhoging gebaseerd op de collectieve schaalaanpassing bij Philips van 2 april van het voorgaande jaar tot en met 1 april van het lopende jaar. Jaarlijks in maart wordt bekendgemaakt met welk percentage de pensioenen per 1 april worden verhoogd. U ontvangt dan van ons een persoonlijke brief met een toelichting op het indexatiebesluit.

Gerelateerde informatie

Is onderstaande informatie voor u misschien ook interessant?

Meer lezen?

In ons magazine Generaties vertelden twee bestuursleden in december 2022 hoe het Bestuur beoordeelt hoeveel indexatie verantwoord is.

Naar Generaties

Nieuwsbericht

Eerder publiceerden wij een nieuwsbericht over de jaarlijkse afweging die het Bestuur maakt over hoeveel indexatie verantwoord is.

Naar nieuwsbericht