Toekomst pensioenstelsel

Toekomst pensioenstelsel  

Nederland heeft een sterk pensioenstelsel. Maar veranderingen op de arbeidsmarkt, de stijgende levensverwachting, de financiële crisis en de lage rente hebben ook kwetsbaarheden van het pensioenstelsel blootgelegd. Daarom gaat de AOW-leeftijd stapsgewijs omhoog en past de overheid de regels voor pensioenfondsen en pensioenopbouw aan. Een verregaande hervorming van het pensioenstelsel staat hoog op de politieke agenda. Het kabinet denkt aan individuele spaarpotten in plaats van een algemene pot waaruit iedereen zijn pensioen krijgt uitgekeerd. Wel blijft het gedeelde risico in stand.

Standpunt Kabinet Rutte III

Minister Koolmees heeft sociale partners gevraagd met een voorstel te komen voor 1 april 2018. Die datum is niet gehaald, maar het vertrouwen blijft dat er op korte termijn een akkoord tussen sociale partners komt.

Regeerakkoord

In het op 10 oktober 2017 gepresenteerde regeerakkoord is het voornemen opgenomen om in 2020 de hervorming van het pensioenstelsel in te voeren. Het nieuwe kabinet wil begin 2018 een akkoord met de sociale partners bereiken via de SER. Bedoeling van het kabinet is om het pensioenstelsel te hervormen tot een systeem met een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Het kabinet handhaaft hierbij de sterke onderdelen van het huidige stelsel: verplichtstelling, collectieve uitvoering, risicodeling en fiscale ondersteuning. Bekijk het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’.

Wat is er tot nu toe gebeurd?


De Nationale pensioendialoog

De overheid heeft in 2014 met een brede maatschappelijke dialoog ('De Nationale Pensioendialoog') de eerste stappen gezet om het vertrouwen in het pensioenstelsel te herstellen. Pensioenfondsen, wetenschappers én burgers hebben zich in het kader van De Nationale Pensioendialoog uitgesproken over een mogelijk nieuw Nederlands pensioenstelsel. Lees meer

In januari 2015 is een voortgangsrapportage aan de Tweede Kamer gestuurd. Alle opvattingen en wensen zijn samengevat in vijf ‘rode draden’:

  • Maak de pensioenen transparanter en minder complex
  • Veranderende arbeidsmarkt belangrijke reden voor verandering aanvullend pensioenstelsel
  • Roep om meer aansluiting bij individuele behoeftes
  • Solidair, maar hoe en met wie…
  • Verantwoordelijk, maar wie….

Sluit uitklap

Hoofdlijnennotitie

In juli 2015 heeft de staatssecretaris een zogenoemde Hoofdlijnennotitie aan de Tweede Kamer gestuurd.Lees meer

In de hoofdlijnenbrief schetst het kabinet een aantal mogelijke beleidsvarianten waaraan het pensioenstelsel aangepast kan worden. Daarmee kan de brief politieke keuzes vergemakkelijken. Aan de orde komt onder meer dat alle werkenden in de toekomst een toereikend pensioen moeten kunnen opbouwen. Daarnaast moeten mensen beter zicht krijgen op hun eigen persoonlijke pensioenopbouw, waarbij uitgegaan wordt van heldere afspraken over het delen en verdelen van risico's binnen en tussen generaties. En er moet meer ruimte komen voor maatwerk en keuzevrijheid.

Sluit uitklap

SER-verkenning

Op 20 mei 2016 heeft de SER een verkenning uitgebracht naar een nieuw pensioencontract: een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling.Lees meer

Iedere deelnemer bouwt kapitaal op in ‘zijn eigen potje’. Daaruit wordt zijn pensioenuitkering betaald. De pensioenuitkomst is niet vooraf bekend. De schijn van een belofte wordt niet gewekt. Nu wordt het pensioenbedrag in een uitkeringsovereenkomst (zoals het Philips flex pensioen) al gauw opgevat als een garantie. Dat het geen garantie is staat wel in de regeling, maar de deelnemer beleeft het soms anders.

Doordat iedereen een eigen potje opbouwt, is er ook meer evenwicht tussen de premie die wordt betaald en het pensioen dat de deelnemer daarvoor krijgt. De doorsneepremie vervalt daarmee. Bij een doorsneepremie betalen alle deelnemers dezelfde premie voor dezelfde opbouw, ongeacht hun leeftijd. De opbouw voor een oudere is echter duurder dan voor een jongere, omdat de premie minder lang kan renderen.

Er wordt belegd, rekening houdend met een afnemend risico naarmate de leeftijd toeneemt. Het risico dat de deelnemer heel oud wordt en zijn potje leeg raakt, wordt collectief gedeeld. Ook wordt er een collectieve buffer aangelegd. In de SER-verkenning maakt de deelnemer gebruik van de beleggingsopbrengsten en worden de buffers gevormd in tijden van voorspoed op de financiële markten. Daar staat tegenover dat tegenvallende beleggingsopbrengsten de uitkomst lager maken voor zover ze niet door de buffers worden gecompenseerd. In het huidige systeem worden eerst buffers aangelegd en kan pas daarna indexatie van het pensioen plaatsvinden.

Lees meer over de SER-verkenning op de website van de SER.

Sluit uitklap

Perspectiefnota toekomstig pensioenstelsel

Als vervolg op de Hoofdlijnennotitie heeft het kabinet op 8 juli 2016 de Perspectiefnota 'Toekomst Pensioenstelsel' gepresenteerd. In de perspectiefnota zijn de hoofdlijnen voor een toekomstig pensioenstelsel verder uitgewerkt. Lees meer

Collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling blijven volgens staatssecretaris Jetta Klijnsma de pijlers onder het nieuwe pensioenstelsel. Vier uitgangspunten geven de modernisering van het pensioenstelsel richting.

Toereikend pensioen voor alle werkenden

Er zijn verschillende groepen die het risico lopen onvoldoende pensioen op te bouwen, zoals flexwerkers en zelfstandigen (zzp’ers). Het kabinet wil deze mensen stimuleren om voldoende geld opzij te zetten voor hun pensioen om te voorkomen dat zij na pensionering te maken krijgen met een ongewenst grote terugval in hun inkomen. Dat kan met verschillende maatregelen, van vrijwillig pensioensparen tot een pensioenplicht.

Afschaffen doorsneesystematiek

In een toekomstig pensioenstelsel moeten ingelegde premies en pensioenopbouw beter met elkaar in balans zijn. Het kabinet heeft verschillende overgangsmanieren uitgewerkt om dit op een eerlijke en evenwichtige manier te doen.

Nieuwe contractvormen

Na analyse van verschillende nieuwe manieren om aanvullend pensioen op te bouwen, komt het kabinet tot de conclusie dat twee onderzochte varianten interessant zijn om nader uit te werken: een persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, zoals beschreven in de SER-verkenning, en een ambitieovereenkomst met collectief karakter.

Maatwerk en keuzevrijheid

Maatwerk en keuzevrijheid maken het mogelijk meer rekening te houden met persoonlijke voorkeuren en omstandigheden.  Zo kunnen mensen tijdelijk minder of geen pensioenpremie inleggen of een pensioenbedrag ineens opnemen om bijvoorbeeld te besteden aan wonen.

De perspectiefnota leidde niet meteen tot nieuwe wetgeving, maar gaf voeding aan politieke partijen bij het schrijven van hun verkiezingsprogramma’s. Zo kon een volgend kabinet snel en goed voorbereid aan de slag om het pensioenstelsel toekomstbestendig te maken.

Sluit uitklap

Onderzoek Pensioenfederatie

Op 30 november 2016 heeft de Pensioenfederatie de uitkomsten van een onderzoek naar twee varianten voor een nieuw pensioencontract aangeboden aan de SER.Lees meer

De twee varianten die als ‘interessant’ uit de SER-verkenning kwamen en door staatssecretaris Klijnsma in de Perspectiefnota werden genoemd als mogelijke optie, zijn verder onderzocht. Beide varianten komen uit het onderzoek naar voren als uitvoerbaar, maar voor beide varianten gelden ook aandachtspunten. Bijvoorbeeld op het gebied van delen van risico’s en communicatie. De Pensioenfederatie heeft de SER aangeboden om samen verder te kijken naar het ontwikkelen van één breed gedragen variant.
Meer informatie vindt u op de website van de Pensioenfederatie.

Gecontroleerd op: 19-04-2018

Generaties is verschenen

Met alle pensioenafspraken 2019 op een rijtje en meer over de extra indexatie. Dat en nog veel meer in onze nieuwe uitgave.

Lees magazine

Dekkingsgraad

Hier vindt u elke maand de beleidsdekkingsgraad van Philips Pensioenfonds

Grafiek