Beleggingsresultaten

Beleggingsresultaten

Het beleggingsbeleid gaat uit van een beleggingsportefeuille met een verdeling tussen vastrentende waarden en zakelijke waarden. Met deze verdeling is er op termijn een goede kans op het halen van onze ambitie, een waardevast pensioen voor pensioenontvangers en premievrije polishouders en een welvaartsvast pensioen voor pensioenopbouwers, zonder dat de risico’s te groot worden (1).

De vastrentende waarden bestaan grotendeels uit relatief ‘veilige’ beleggingen. Denk hierbij aan staatsobligaties en bedrijfsobligaties met een spreiding binnen en buiten Europa. Wij rekenen ook beleggingen in cash tot de vastrentende waarden. De meer ‘risicovolle’ beleggingen vallen onder de zakelijke waarden. Met deze beleggingen wordt beoogd meer rendement te behalen. Denk hierbij met name aan de beleggingen in aandelen en onroerend goed.

Bedragen in miljoenen euro’s

 

Einde
2e kwartaal
2019

Einde
1e kwartaal
2019

Einde
4e kwartaal
2018

Einde
3e kwartaal
2018

Belegd vermogen (2)

20.343

19.750

18.554

19.383


De strategische verdeling van de beleggingsportefeuille is als volgt: 57,5% van het vermogen wordt belegd in vastrentende waarden en 42,5% van het vermogen wordt belegd in zakelijke waarden. Hieronder wordt getoond hoe het belegd vermogen van het Fonds verdeeld is over de verschillende beleggingscategorieën. De paars-gekleurde beleggingscategorieën vallen onder de vastrentende waarden. De blauw-gekleurde beleggingscategorieën vallen onder de zakelijke waarden. 



Er zijn verschillende risico’s die van invloed zijn op de financiële positie van Philips Pensioenfonds. Zo hebben renteontwikkelingen en de ontwikkeling van de inflatie grote invloed op de mate waarin het Fonds de toekomstige pensioenen (inclusief indexatie) kan betalen. Naast de beleggingen in vastrentende waarden en zakelijke waarden koopt het Fonds daarom nog extra ‘bescherming’ om de invloed van die risico’s deels af te dekken. Deze extra bescherming tegen het rente- en inflatierisico is geen onderdeel van de benchmark. Met nadruk wordt erop gewezen, dat de extra bescherming de risico’s slechts ten dele afdekt. Er zijn scenario’s denkbaar, waarin het realiseren van de ambitie van een geïndexeerd pensioen in gevaar komt. Een van die scenario’s is dat van een langdurig lage rente. Zie ook voetnoot (1) onder aan deze pagina.

In de onderstaande tabel worden de volgende rendementscijfers gegeven:

  • Totaalrendement zonder de bescherming tegen het rente- en inflatierisico. Dit cijfer kan worden afgezet tegen de daarbij behorende benchmark.
  • Totaalrendement waarin de extra bescherming tegen het rente- en inflatierisico is meegenomen. Hier is geen benchmark voor beschikbaar.

 

 

Philips Pensioenfonds

Benchmark

 

 

2e kwartaal 2019
1 april - 30 juni

2e kwartaal 2019
1 april - 30 juni

Totaalrendement
(exclusief afdekking rente- en inflatierisico)

3,0%

2,9%

Totaalrendement
(inclusief afdekking rente- en inflatierisico)

3,5%

n.v.t.

Het totale rendement van de portefeuille (inclusief afdekking rente- en inflatierisico) was 3,5% in het tweede kwartaal. De rente daalde fors in het tweede kwartaal van dit jaar. Deze daling van de rente hield verband met het handelsconflict tussen de Verenigde Staten en China. Nadat het erop leek dat er een oplossing zou komen voor dit conflict, escaleerde het plotseling weer in mei. Door de ontstane onzekerheid zochten veel beleggers de veiligheid op van staatspapier. Hierdoor daalde de rente. Bovendien wilden centrale banken het monetaire beleid verruimen door de rente te verlagen om zo de economie te beschermen tegen de negatieve gevolgen van de handelsoorlog.

Door de daling van de rente steeg de waarde van de portefeuille met vastrentende waarden. Geholpen door het vooruitzicht dat centrale banken het monetaire beleid zouden versoepelen, stegen aandelenmarkten fors in juni. Dit leidde ertoe dat de portefeuille met zakelijke waarden in waarde toenam in het tweede kwartaal.

Vergelijking met benchmark

Philips Pensioenfonds beoordeelt de beleggingsresultaten door deze te vergelijken met een objectieve maatstaf (benchmark). Het totaalrendement was vrijwel gelijk aan de benchmark in het tweede kwartaal.



(1) In de scenario’s die het Fonds in dit verband gebruikt, wordt uitgegaan van een terugkeer, op termijn, naar (vanuit historisch perspectief) ‘normale’ verhoudingen op de financiële markten en dus naar een hogere rente. Dit is overigens een gebruikelijke aanpak. Als die terugkeer naar ‘normale verhoudingen’ niet gebeurt, komt het waarmaken van de ambitie in gevaar. Het Algemeen Bestuur is zich terdege bewust van het feit, dat een scenario van langdurig lage rente tot de mogelijkheden behoort.

(2) Het belegd vermogen geeft het totaalbedrag van de beleggingen van Philips Pensioenfonds weer. Het belegd vermogen zoals hier getoond betreft het ‘belegd vermogen voor risico fonds’ (van toepassing voor zogenoemde uitkeringsovereenkomsten). De ‘beleggingen voor risico deelnemer’ (bij zogenoemde premieovereenkomsten) zijn niet inbegrepen in het hier getoonde ‘belegd vermogen’

Gerelateerde informatie

Is onderstaande informatie voor u misschien ook interessant?

Boven